Een opzeggingsregeling kan alleen worden gewijzigd met wederzijdse instemming en schriftelijke vastlegging. Bij een nieuwe arbeidsovereenkomst moet een nieuwe opzeggingsregeling worden overeengekomen. Een eenzijdige wijziging door de werkgever is niet mogelijk, zelfs niet als dit in de arbeidsovereenkomst is vastgelegd.
Met opzeggingsregeling wordt bedoeld de eventuele mogelijkheid tot tussentijdse opzegging, een afwijkende opzeggingstermijn en datum waartegen mag worden opgezegd voor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (3.4.) en bepaalde tijd (3.4.2.). Deze regelingen moeten schriftelijk aangegaan worden, wat ook voor de wijziging geldt.
Bij een verandering van de arbeidsovereenkomst moet de opzeggingsregeling heroverwogen worden. Een beding tot tussentijdse opzegging is bij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd overbodig. Een overeenkomst voor onbepaalde tijd zal ook niet van rechtswege eindigen, aangezien deze overeenkomst opgezegd moet worden.
Overeenkomen van andere opzeggingsregeling
Voor wijziging van de opzeggingsregeling is nodig dat de werkgever met de medewerker overeenstemming bereikt over de verandering. De oude situatie blijft gelden tot dat partijen een verandering overeenkomen.
Nieuwe arbeidsovereenkomst en een nieuwe opzeggingsregeling
Sluiten partijen een nieuwe arbeidsovereenkomst, dan zal de opzeggingsregeling opnieuw schriftelijk aangegaan moeten worden. Of een arbeidsovereenkomst een gewijzigde of nieuwe arbeidsovereenkomst is, wordt in hoofdstuk 2.1.4. nader uitgewerkt (2.1.4.).
Gedwongen verandering van de opzeggingsregeling
Verandering van de opzeggingsregeling zonder dat de medewerker deze veranderingen wil, is niet goed denkbaar. Dat geldt ook als de arbeidsovereenkomst deze bevoegdheden aan de werkgever toekent, daar dit beding (waarschijnlijk) nietig zal zijn. Tegen verandering van de opzeggingsregeling kan de medewerker zich zodoende verzetten.