Een dienstverband kan eindigen door bedrijfseconomische redenen, ziekte, disfunctioneren, een verstoorde arbeidsrelatie, verwijtbaar handelen, andere gronden of een combinatie daarvan. Iedere reden vereist een redelijke grond en goede onderbouwing.
(Ernstig) verwijtbaar handelen door de werknemer; Zie hoofdstuk 3.0.5. Het gaat hierbij om diefstal & verduistering (3.0.5.1.), fraude, bedrog & valsheid in geschrifte (3.0.5.2.), bedreiging, intimidatie, belediging en agressief handelen (3.0.5.3.), alcohol en drugsmisbruik (3.0.5.4.), seksuele intimidatie (3.0.5.5.), bewuste misleiding (tijdens sollicitatie) (3.0.5.6.), zonder toestemming verlaten van de werkplek / werkweigering / uren declareren die niet gewerkt zijn (3.0.5.7.), overtreden gedragsregels (te laat komen, overtreden rookverbod, in strijd met ziektevoorschriften) (3.0.5.8.), schending geheimhouding of privacy (3.0.5.9.). of concurrerende werkzaamheden en privéwerkzaamheden tijdens werktijd (3.0.5.10).
Andere gronden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst 3.0.6.
Een gecumuleerde ontslaggrond; Zie hoofdstuk 3.0.7.