Een basiszorgverzekering verplicht voor werkenden. Werkgevers dragen 6,90% inkomensafhankelijke bijdrage af. Aanvullende verzekeringen zijn vrijwillig. Vergoedingen of collectiviteitskortingen zijn mogelijk. Voor afspraken in CAO’s geldt een salderingsregeling, waarbij werkgevers bijdragen kunnen dekken zolang het wettelijke minimum wordt bereikt.
Een ieder die in Nederland werkt is verplicht om een Nederlandse zorgverzekering af te sluiten. Dat geldt als een medewerker:
een Nederlandse werkgever heeft;
op vaste basis voor de werkgever werkt;
loonbelasting betaalt.
Het gaat dan om een basisverzekering, zodat de medewerker verzekerd is voor zorg ui het basispakket. Op de website van Zorginstituut Nederland wordt beschreven welke zorg in het basispakket zit. Wat er in het basispakket zit, wordt dus bepaalde door de overheid. Een werknemer heeft 4 maanden de tijd om een zorgverzekering af te sluiten.
Aanvullende verzekering
Een aanvullende verzekering is een verzekering voor zorg die niet in de basisverzekering zit. Het is niet verplicht om een aanvullende verzekering te nemen. Zorgverzekeraars bepalen zelf de voorwaarden en vergoedingen van de aanvullende verzekering. Zij stellen ook de premie vast. Aanvullende verzekeringen vergoeden bijvoorbeeld (een deel van) de kosten van extra fysiotherapie, de tandarts en orthodontist, alternatieve geneeskunde, brillen en lenzen.
Collectieve verzekering
Een zorgverzekeraar kan met een werkgever afspraken maken voor korting op de premie, als medewerkers samen (collectief) een bepaalde zorgverzekering zouden afsluiten. De collectiviteitskorting op de basiszorgverzekering is echter gestopt vanaf 1 januari 2023. De reden hiervoor is dat de korting voor een ongelijke verdeling zorgde. De korting werd namelijk betaald door een verhoging van de premie voor andere verzekerden. Mensen die geen collectiviteitskorting via hun werk konden regelen, hadden daardoor een hogere premie. Zorgverzekeraars en collectiviteiten mogen nog wel afspraken maken over aanvullende verzekeringen. Het blijft voor zorgverzekeraars dus mogelijk om met werkgevers afspraken te maken.
Eigen risico
Een verzekerde betaalt een eigen risico als hij of zij 18 jaar of ouder is en gebruikmaakt van zorg uit het basispakket. Er hoeft geen eigen risico betaald te worden over zorg waarvoor geen eigen risico geldt, zoals de huisarts. In 2025 is het eigen risico € 385. Het verplichte eigen risico kan vrijwillig verhoogd worden met € 100, € 200, € 300, € 400 of € 500. De zorgverzekeraar geeft dan korting op de maandelijkse premie voor de basisverzekering.
Binnen 24 uur krijgt u helderheid over het probleem en de oplossingen. Hiermee kunt u zelf verder of wij gaan voor u bemiddelen of procederen.
Erkende opleidingen arbeidsrecht
Lees meer over onze erkende opleidingen en interactieve cursusdagen
Nominale premie
Iedereen van 18 jaar en ouder moet een nominale premie aan de zorgverzekeraar betalen. De premie verschilt per verzekeraar en per verzekering. Dit komt omdat de voorwaarden per zorgverzekeraar en per polis verschillen. De gemiddelde premie voor het wettelijk verzekerde pakket ligt ongeveer tussen de 116 en 124 euro per maand.
De verplichte zorgverzekering brengt kosten met zich mee, die voor medewerkers met een laag inkomen te hoog kunnen zijn. Daartoe kunnen zij voor een zorgtoeslag in aanmerking komen. De hoogte van de zorgtoeslag is afhankelijk van het inkomen van degene zelf, maar ook het inkomen van de partner. Een alleenstaande met een toetsingsinkomen tot € 28.720,- bruto (2018) heeft recht op ongeveer € 48,- zorgtoeslag per jaar. Een lager inkomen betekent meer toeslag tot maximaal €1128,- per jaar. Samenwonenden met een gezamenlijk toetsingsinkomen tot € 35.996,- per jaar (2018), hebben ongeveer recht op € 84,- zorgtoeslag per jaar (tot maximaal €2112,- bij geen inkomen). Boven de genoemde bedragen bestaat er geen aanspraak op een toeslag.
Tot 18 jaar zijn kinderen verplicht verzekerd, zonder dat er premie voor de zorgverzekering betaald wordt.
Inkomensafhankelijke bijdrage
Iedereen is verplicht over zijn inkomen een bijdrage van 6,90 % (2018) te betalen. Daarbij geldt een maximum waarboven geen percentage van 6,90 % is verschuldigd, namelijk een maximum bijdrage-inkomen van € 54.614,00 (2018). De maximale bijdrage is derhalve € 3.768,37 in 2018. Wettelijk is bepaald dat deze bijdrage moet worden ingehouden door de werkgever of uitkeringsinstantie, maar ook dat dezelfde werkgever of instantie deze bijdrage veelal moet vergoeden aan zijn werknemer of uitkeringsgerechtigde. De bijdrage wordt, samen met de andere inhoudingen aan de Belastingdienst afgedragen.
Voor bepaalde groepen verzekeringsplichtigen geldt voor de inkomensafhankelijke bijdrage een verlaagd tarief van 5,65% (in 2018). Het maximum bijdrage-inkomen is € 54.614,00 (2018). De maximale bijdrage bedraagt € 3.085,69 in 2018. Het verlaagde tarief geldt voor een aanvullend pensioen, de meeste uitkeringen voor vervroegd uittreden, inkomsten van zelfstandigen, inkomsten van freelancers, alfahulpen, alimentatie die op of na 1 januari 2006 is ingegaan, bijstand voor mensen vanaf AOW-leeftijd en directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) die niet verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen.
Een nultarief geldt voor zeevarenden en, als overgangsmaatregel voor een periode van 11 jaar, voor alimentatie die al aangevangen is vóór 2006.
Werkgever vergoedt bijdrage
Een werkgever is gehouden een bijdrage van 6,90 % (2018) te betalen, over maximaal € 54.614,00. Daartoe wordt eerst het brutoloon van een medewerker verhoogd met 6,90 %. Daarover zijn dan de inhoudingen verschuldigd (4.5.1.1.). Op het loon plus de verhoging houdt de werkgever 6,90 % in (over maximaal € 54.614,00), welk bedrag afgedragen wordt aan de belastingdienst.
De beschikkingen van de belastingdienst aangaande de inkomensafhankelijke bijdrage zijn aan de werkgever gericht, hoewel de werknemer wel een afschrift ontvangt. Bij een teruggaaf aan de werkgever wordt dit als negatief loon aangemerkt. Het negatief aanmerken van het loon is nodig, daar op het loon van de werknemer te veel bijdrage is ingehouden. De teruggaaf betekent dat er een te hoge verhoging en inhouding heeft plaatsgevonden, waardoor tegenover de teruggaaf staat dat de werkgever minder verhoging was verschuldigd. Deze teruggaaf komt daarmee niet bij de werknemer terecht, maar komt wel op de loonstrook als negatief loon te staan. Als er een teruggave is dan gaat deze rechtstreeks naar de werkgever. Voor de medewerker is het dan niet meer dan een administratieve verwerking.
Medewerkers die geen werkgever hebben die de bijdrage betalen op hun inkomen, die betalen de bijdrage zelf. Wanneer de werknemer voor de verplichte bijdrage van 5,65% geen vergoeding ontvangt, dan gaan de beschikkingen en de teruggaaf naar de werknemer zelf.
Meerdere arbeidsrelaties
Als het inkomen een som is van meerdere dienstbetrekkingen of uitkeringen, dan moet elke werkgever of uitkerende instantie de inkomensafhankelijke bijdrage van 6,90 % over het loon tot en met € 54.614,00 (2018) inhouden en verplicht vergoeden. Het kan dan voorkomen dat het gezamenlijke afgedragen bedrag het maximumbedrag van 6,90 % over € 54.614,00 overschrijdt. De belastingdienst controleert na afloop van het kalenderjaar aan de hand van de loonaangifte of er te veel is betaald. Is dit het geval, dan wordt het verschil tussen het te veel afgedragen bedrag en het maximumbedrag terugbetaald. De teruggaaf vindt plaats naar evenredigheid over de verschillende werkgevers.
Wat te doen met de oude afspraken over ziektekosten in (collectieve) arbeidsovereenkomsten?
Werkgevers die afspraken over ziektekosten in de (collectieve) arbeidsovereenkomst hebben opgenomen, blijven daaraan gebonden. In dat geval dient de werkgever een vergelijkbare bijdrage te blijven leveren zoals in het voorgaande jaar het geval was, evenwel nooit minder dan het wettelijke minimum.
Een wettelijke salderingsregeling dient te voorkomen dat boven op deze (collectieve of individuele) afspraken, de werkgever de inkomensafhankelijke bijdrage (6,90 %) moet betalen. Zolang de arbeidsovereenkomst van kracht blijft, dient de werkgever de daarin opgenomen vergoeding voor ziektekosten te betalen, echter hiervan wordt de verplichte inkomensafhankelijke bijdrage afgetrokken.
De werkgever betaalt de overeengekomen vergoeding, maar wel minimaal de inkomensafhankelijke bijdrage. De werkgever die met deze overeengekomen vergoeding meer betaalt dan het wettelijke minimum, hoeft naast dat overeengekomen bedrag niet de 6,90 % te betalen. Dat betekent dat een werkgever eerst alle bijdragen die hij aan ziektekostendekking betaalde in dat jaar bij elkaar optelt, dus inclusief premies die werden afgedragen, maar wel exclusief de dekking van aanvullende verzekeringen. Dat bedrag wordt uitgedrukt in een percentage van het loon. De werkgever betaalt dat percentage (minimaal 6,90%) en hoeft daarnaast niet de 6,90% wettelijke verhoging te betalen.
De salderingsregeling laat de overeengekomen bijdrage voor aanvullende ziektekosten buiten beschouwing. Is overeengekomen dat de werkgever de bijdrage voor de aanvullende dekking van de ziektekosten betaalt, dan blijft de werkgever daartoe gehouden.
Deze ingrijpende wijziging in het systeem van ziektekostenverzekering maakt het noodzakelijk dat er een nieuwe regeling wordt opgenomen in (collectieve) arbeidsovereenkomsten.
Dat kan de volgende regeling zijn: “Werkgever draagt bij in de ziektekostenverzekering van de medewerker tot … % van het loon van de medewerker, waarin het wettelijke percentage aan af te dragen bijdrage in de ziektekostenverzekering is begrepen. De bijdrage boven het wettelijke percentage dient ter dekking van de door de medewerker verschuldigde basisverzekering. Deze bovenwettelijke bijdrage is niet hoger dan de door de medewerker (red: eventueel…voor zijn gezin ..) verschuldigde nominale basispremie, uitgaande van het landelijk gemiddelde van de nominale premies (de standaardpremie) voor de basisverzekering. Naast genoemd percentage zijn geen andere bijdrages voor ziektekosten verschuldigd, waardoor bijvoorbeeld aanvullende ziektekostenverzekering voor rekening van de medewerker komt.”
Aanvullingen:
De extra bijdrage kan dienen voor het dekken van de kosten van de basispremie per gezin in plaats van per medewerker
Natuurlijk kan er ook bedongen worden dat een aanvullende verzekeringen ook gedekt worden, maar dan is een individuele afspraak per medewerker noodzakelijk.
Verder zoeken
Deze pagina is onderdeel van hoofdstuk 4 over de arbeidsvoorwaarden. Oftewel de tegenprestatie waarvoor werknemers bij een werkgever werken op grond van de arbeidsovereenkomst. U vindt in dit deel informatie over: