Opzeggingsvoorschriften tijdens faillissement

Bij faillissement kan de curator arbeidsovereenkomsten opzeggen zonder toestemming van het UWV en met een opzegtermijn van maximaal zes weken. Medewerkers hebben geen recht op een transitievergoeding maar kunnen boedelschulden en schadevergoedingen vorderen. Misbruik van faillissement om ontslagrecht te ontduiken kan door medewerkers worden aangevochten.

 

Zowel de medewerker als de curator kunnen de arbeidsovereenkomst opzeggen, zonder daarbij gebonden te zijn aan opzeggingsverboden (3.4.1.). Voor opzegging van de zijde van de werkgever (door de curator) is geen ontslagvergunning nodig van het UWV-werkbedrijf (art 13a en 40 Faillissementswet). Dat betekent dat de opzeggingsbeperkingen in het burgerlijk wetboek die buiten het faillissement wel gelden, niet voor de curator van toepassing zijn. De curator hoeft dus ook niet aan te tonen dat er sprake is van een bedrijfseconomische noodzaak, zelfs al zal deze situatie zich normaal wel voordoen.

Die ontslagvergunning van het UWV is evenmin vereist als de werkgever een natuurlijk persoon is die valt onder een schuldsaneringsregeling. Deze saneringsregeling geeft een schuldenaar een kans om van zijn financiële problemen af te komen. De schuldenaar dient dan wel een periode van drie jaren te overbruggen waarin hij zijn schulden zo veel mogelijk aflost en zelf moet rondkomen van een minimaal inkomen.

De opzeggingstermijn die de curator en medewerkers moeten naleven is de opzeggingstermijn zoals behandeld in hoofdstuk 3.4.2. (3.4.2.). Een belangrijke uitzondering hierop is dat de opzeggingstermijn voor de medewerker en curator maximaal zes weken is (artikel 40 faillissementswet). Een medewerker die de arbeidsovereenkomst sneller wil beëindigen zal doorgaans de instemming van de curator krijgen (3.1.).

Werknemers die ontslagen worden tijdens faillissement hebben geen aanspraak op een transitievergoeding (art 7:673c BW).

Maximale opzeggingstermijn en dag waartegen er opgezegd mag worden

Is de opzeggingstermijn gelijk aan het maximum van zes weken, dan kan er tegen iedere dag opgezegd worden. Is de opzeggingstermijn korter, dan mag er doorgaans niet tegen iedere dag opgezegd worden. De opzegging moet in bepaalde gevallen bijvoorbeeld plaatsvinden tegen de laatste dag van de maand (3.4.). Het gaat hier dus om een verlenging van de opzeggingstermijn, wanneer er niet tegen iedere dag opgezegd mag worden. De totale duur van de in acht te nemen termijn is evenwel niet langer dan zes weken.

 

Heb je een vraag of een probleem?

Het helpt om even van gedachten te wisselen! 

Door van gedachten te wisselen krijg je meer inzicht en gevoel voor het probleem. Je begrijpt ook beter wat er mogelijk is.

Je belt ons, we bespreken de situatie en je krijgt advies.
Daar laten we het eerst bij!

Als het verder nodig is dan kun je op ons rekenen. We kunnen je verder ondersteunen, voor je bemiddelen of voor je procederen. Maar dat is nu nog niet aan de orde. Eerst even vrijblijvend en dus kosteloos contact. 

Wij zijn de mensen van arbeidsrechter.nl
arbeidsrechtkantoor
AN-i

Heb je een vraag
of een probleem? 

Het helpt om even van gedachten te wisselen

Door van gedachten te wisselen krijg je meer inzicht en gevoel voor het probleem. Je begrijpt ook beter wat er mogelijk is.

Je belt ons, we bespreken de situatie en je krijgt advies.
Daar laten we het eerst bij!

Als het verder nodig is dan kun je op ons rekenen. We kunnen je verder ondersteunen, voor je bemiddelen of voor je procederen. Maar dat is nu nog niet aan de orde. Eerst even vrijblijvend en dus kosteloos contact.  

Wij zijn de mensen van arbeidsrechter.nl
arbeidsrechtkantoor
AN-i

Niet in acht nemen opzeggingsvoorschriften

Het niet in acht nemen van opzeggingsvoorschriften leidt er toe dat er sprake is van onregelmatig ontslag. De medewerker kan dan een gefixeerde schadevergoeding (schadeloosstelling) vorderen, (3.4.4.D.). Zoals hierboven wordt beschreven is het loon en ook de gefixeerde schadevergoeding een boedelschuld die bij voorrang voldaan wordt (3.4.4.1.).

Collectief ontslag

In geval van collectief ontslag (3.4.5.) is de curator gehouden het voornemen om de arbeidsovereenkomsten te beëindigen te melden bij de betrokken werknemersverenigingen en met deze in overleg te treden (3.4.5.1.). Verzuimt een curator voorgaande in acht te nemen, dan brengt dit op zich nog niet met zich mee dat het ontslag vernietigbaar is.

Vernietiging van het faillissement

Het initiatief tot het aanvragen van faillissement kan van de werkgever zelf uitgaan. Van misbruik van recht is sprake als het faillissement slechts tot doel heeft om het ontslagrecht te ontduiken. Medewerkers kunnen dan het faillissement laten vernietigen. In dat geval kunnen medewerkers binnen twee maanden na het einde van het dienstverband een verzoek indienen tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst bij de kantonrechter (art 7:681 lid 1 BW). In dat geval is het Burgerlijk wetboek weer van toepassing en is er zonder instemming van de werknemer opgezegd en daarmee is de opzegging in strijd met de voorschriften in artikel 7:671 BW (artikel 7:681 lid 1 en 671 BW). Mogelijk wordt de vervaltermijn ook gerekend vanaf de datum van vernietiging van het faillissement, maar het geniet de voorkeur om het verzoek tot vernietiging binnen twee maanden na het einde van het dienstverband in te dienen, derhalve terwijl er nog over de vernietiging van het faillissement wordt geprocedeerd. In plaats van vernietiging van het ontslag kan de werknemer in geval van vernietiging van het faillissement, vragen om de transitievergoeding en billijke vergoeding, wederom binnen twee maanden (art 7:681 BW) .

[ani-form-short]

Verder zoeken

Deze pagina is onderdeel van hoofdstuk 3 over het einde van een dienstverband. U vindt hierin informatie over:

3.0. De verschillende redenen voor ontslag

3.1. Arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege

3.2. Arbeidsovereenkomst eindigt met wederzijds goedvinden

3.3. Opzegging arbeidsovereenkomst zonder toestemming UWV (proeftijd / ontslag op staande voet / pensioen / faillissement / opzegging door werknemer)

3.4. Opzeggen arbeidsovereenkomst met een vergunning van UWV-werkbedrijf (bedrijfseconomisch / langdurig ziekte)

3.5. Ontbinding arbeidsovereenkomst door kantonrechter (overige gronden)

3.6. Ontbindende voorwaarde in de arbeidsovereenkomst en overlijden

3.7. Werkloosheid

3.8. Sociaal-plan en outplacement

Zoekt u een ander onderwerp, zie dan onze trefwoorden of inhoudsopgave.